Grasaren

Pas op voor grasaren

Grasaren kunnen gevaarlijk zijn voor honden en andere huisdieren. Vooral in de zomer laten de scherpe zaden los en kunnen ze vast komen te zitten in de vacht, oren, neus of tussen de tenen. Op deze pagina lees je wat grasaren zijn, wat wij doen en wat je zelf kunt doen.

Wat zijn grasaren?

Grasaren zijn de zaadpluimen van bepaalde grassoorten. Ze groeien vooral op droge, zandige en voedselrijke plekken en komen veel voor in de zomer.

Je herkent grasaren aan de harde pluimen aan het uiteinde van een grashalm. Eerst zijn ze groen, later verkleuren ze naar geel of bruin. De zaden hebben kleine weerhaakjes, waardoor ze gemakkelijk blijven hangen in kleding of in de vacht van dieren.

Waarom zijn grasaren gevaarlijk?

Door de kleine weerhaakjes kunnen grasaren steeds dieper in de huid of vacht van een dier dringen. Ze kunnen terechtkomen in de neus, oren, ogen, bek of tussen de tenen. Dit kan leiden tot pijn, ontstekingen en in sommige gevallen is een behandeling door de dierenarts nodig.

Let na een wandeling op signalen zoals:

  • veel niezen of over de neus wrijven;
  • tranende ogen of in de ogen wrijven;
  • veel schudden met de kop of aan de oren krabben;
  • mank lopen of veel likken aan een poot;
  • veel hoesten.

Neem bij twijfel altijd contact op met een dierenarts.

Wat doen wij?

Grasaren komen verspreid door de hele gemeente voor. Daarom is het niet mogelijk om grasaren overal actief te bestrijden of volledig te verwijderen.

We proberen de overlast te beperken via ons reguliere onderhoud. Denk aan maaien, schoffelen en onkruidbeheer op verhardingen. Als grasaren op verharding staan, nemen we ze mee tijdens het onkruidbeheer. In plantvakken worden ze meegenomen tijdens het onderhoud. In ruig gras worden grasaren meegenomen tijdens de reguliere maaironde.

Krijgen we een melding via Fixi? Dan beoordelen we de situatie. We kijken daarbij naar de plek, het gebruik van de locatie en wat binnen het reguliere beheer mogelijk is.

Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf veel doen om de kans op problemen te verkleinen:

  • vermijd hoog gras met uitgebloeide grasaren;
  • houd je hond zoveel mogelijk op gemaaide paden;
  • controleer je huisdier na iedere wandeling, vooral de poten, oren, neus en vacht;
  • verwijder een zichtbare grasaar voorzichtig met een pincet of neem contact op met een dierenarts.